
Ook deze taart komt uit een folder van een Franse supermarkt. Ik maak hem meerdere keren per jaar. Hij ziet er prachtig uit en is erg lekker. Vooral door het knapperige korstje van de bodem. De karamelsaus haalt het bitter van de witlof, de appel maakt hem fris en de kaas geeft een pittige toets eraan. Zoals zoveel recepten heb ik ook deze volledig naar mijn hand gezet. Maar ik zal hier het origineel weergeven:
Wat heb je nodig:
- 1 rol bladerdeeg voor een taartvorm. Hier overal kant en klaar te koop ( echt zo handig)
- 6 witlofstronkjes
- 2 appels, op deze foto heb ik goudrenetten gebruikt.
- 50 gram boter
- Sap van een citroen
- 2 eetlepels kristalsuiker
- 100 gram blauwe kaas. Ik gebruik meestal feta
- Peterselie
Eventueel zout en peper. Maar eigenlijk heeft het dat niet nodig omdat de kaas ook al zout is.
- Was de witlof. Halveer de stronkjes. En snij zoveel van de onderkant dat het geheel nog net aan elkaar zit.
- Laat de boter smelten in een koekenpan en strooi de suiker erover. Deze gaat karamelliseren. Draai rondjes met de pan. Laat het niet bitter worden.
- Leg de witlof helften met het snijvlak naar onderen in de koekenpan. Giet hierover het citroensap. Dek af en laat het geheel ongeveer 20 minuten sudderen.
- Schil en snijd ondertussen de appels. Leg de schijfjes appel tussen de inmiddels wat geslonken witlof en laat nog ongeveer 10 minuten mee pruttelen.
- Verwarm de oven voor op 200 graden
- Rangschik de witlof en de appel in een ovenschaal of doe als ik en gebruik een koekenpan die in de oven kan.
- Kruimel er de helft van de kaas over en de peterselie.
- Schik het bladerdeeg over de groenten zodat deze alles bedekt. Stop de randen ervan een beetje in. Maak het bladerdeeg nat met wat water.
- Zet 20 à 25 minuten in de oven tot het bladerdeeg een mooi kleurtje heeft.
- Laat het uit de oven even 5 minuten staan. Keer het dan om op een bord. Verkruimel de rest van de kaas erover en dien meteen op.


